Header image
   
  water van goud    
   
    Nederlands | English | Bahasa Indonesia    
    Uitgangspunt | Nieuws | Projecten | Medewerkers | Contact | Stichting | Bestellen| Water van goud | Wayang Agresi |
 

 

    Over Water van goud

De titel van deze documentaire die is opgebouwd uit korte filmportretten is afgeleid van het Javaanse gedicht ‘Tirta Kencana’ dat gedeclameerd wordt bij een graf van een Indonesische oudstrijder. Een jonge generatie Indonesiërs wordt er aan herinnerd dat de onafhankelijkheid van Indonesië met moed is bevochten en niet cadeau is gegeven door Nederland. Een oproep tot strijdbaarheid omdat de dode strijders vanuit de hemel kunnen neerzien op onze handelingen. Een gedicht dat tegelijk Nederland er aan herinnert dat er ook ongeveer 4000 Nederlandse militairen in de Javaanse bodem liggen begraven. Zij sneuvelden voor een oorlog die Nederland verloor.

In Indonesië en Nederland filmden we ongeveer twintig direct betrokkenen van deze dekolonisatieoorlog. Een wisseling van reflecties van mensen die ooit tegenover elkaar stonden. Mevrouw Spoor die nog altijd haar man in Nederland wil begraven. Mevrouw Muljati die vertelt hoe zij haar verdriet om gesneuvelde familieleden moest verbergen om zich niet te verraden aan Nederlandse militairen. Bo Keller die zich als KNIL-officier afvraagt of hij destijds niet op het verkeerde paard heeft gewed.  Wishnuadji die jong en overmoedig al in het begin van de revolutie in Surabaya zijn arm verloor en niet meer kon meestrijden.

Gedeelde herinneringen bewegend tussen heden en verleden en tussen twee naties die nog verder weg van elkaar kwamen te liggen dan ze al lagen.

"Water van goud" is mede tot stand gekomen met een subsidie van het ministerie van VWS programma "erfgoed van de oorlog" (2009)


 

 

  Wim Nas

Wim Nas kwam als dienstplichtig soldaat in 1948 op Noord-Sumatra terecht. Zijn verhaal strookt met het beeld van de Hollandse militair die naar Nederlands-Indië ging om er orde en vrede te brengen. In zijn ervaring was er maar een kleine groep opstandelingen die de bevolking het leven zuur maakte. Na de Tweede Politionele Actie verhardde de weerstand echter en werd de situatie voor de Nederlandse soldaten gevaarlijker. Nas heeft destijds een dagboek bijgehouden. Pas een paar jaar geleden kreeg hij het weer onder ogen. Hij vertelt hoe hij toen schrok van zijn eigen beschrijving van zijn houding als jong soldaat.

 

 

N.B.:Klikt U links op het plaatje om de video af te spelen

   
         

 

 

 

  Eddie Soekardi

Eddie Soekardi is een oud TNI-kolonel en woont in Bandung. In de periode 45-49 was hij commandant van het derde regiment, later 14de brigade van de roemruchte Siliwangi Divisie in West Java. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in de gevechten rond Sukabumi en Bandung.
Als hij ons zijn verhaal vertelt is hij 92. Twee emoties hebben de overhand. Het gevoel van trots over de bereikte militaire en revolutionaire successen – hier spreekt een echte soldaat zonder sentimenten – en aan de andere kant: de warme gevoelens voor zijn Hollandse vriendjes en vriendinnetjes van weleer. Beide dromen zijn vervlogen, onbereikbaar en voorgoed voorbij.
[bron: B. Bouwman, Ieder voor zich en de Republiek voor ons allen, 2006]

 

   

 

 

    Mevrouw Moeliati

Mevr. Moeliati, eerste vrouwelijke kolonel van Indonesie, verteld over haar ervaringen tijdens de Nederlands/Indonesische oorlog (1945-1950). 

Mevrouw Moeliati vertelt hoe zij haar verdriet om gesneuvelde familieleden moest verbergen om zich niet te verraden aan Nederlandse militairen.

 

 

 

  De heer Wisnuadji

De heer Wisnuadji is econoom. Als we hem spreken is hij 85 maar doceert nog steeds aan de universiteit van Yogyakarta. In 1945 sloot hij zich aan bij de jeugdbeweging en trok naar Surabaya. Daar was het Britse leger binnengevallen om de Nederlandse burgers in de interneringskampen te bevrijden en om orde en rust te herstellen. Het zou een bloedige strijd worden waarin duizenden Indonesiërs het leven lieten. Wisnuadji vertelt met zeldzaam relativeringsvermogen en ironie over het elan en de onverschrokkenheid van de pemuda’s en over zijn eigen bijdrage aan de onafhankelijkheidstrijd. Maar ook vertelt hij over de occulte krachten die deze jongens moesten beschermen. Een magisch geladen steen draagt hij nog altijd bij zich.